Over de gevolgen van bezuiniginsmaatregelen na de invoering van de Participatiewet

Op 1 januari 2015 werd de bijstandswet aangepast en de Participatiewet ingevoerd. Tegelijkertijd waren er ook andere veranderingen op het gebied van de gezondheidszorg en de jeugdzorg, die ook samen gingen met bezuinigingen en decentralisatie van bevoegdheden naar de gemeenten. De overheid wil dat meer verantwoordelijkheid bij de cliënten wordt gelegd. Daarbij wordt steeds meer een beroep gedaan op vrijwilligerswerk en mantelzorg. Saillant detail is zoals zal blijken, dat mantelzorgers bij de verdere bezuiningen juist worden benadeeld (ontmoedigd), om mantelzorg te doen, door de invoering van de kostendelersnorm, waarbij mantelzorgers op hun inkomen worden gekort als ze inwonen bij bijvoorbeeld hun ouders waarvoor ze mantelzorg doen.

Bijstandsbond advocaat

Op donderdag 26 november 2015 werd een voorlichtingsbijeenkomst gehouden onder voorzitterschap van Dhr. Piet van der Lende van de Bijstandsbond Amsterdam. Tijdens die avond werd een inventarisatie weergegeven van de situatie anno 2015 op basis van bevindingen en ervaringen van ervaringsdeskundigen op het spreekuur van de Bijstandsbond, waarbij de situatie met een aantal voorbeelden uit bestaande casussen werd toegelicht. Dhr. Mr. M.M.A. van Hoof van VHM-Advocaten Amsterdam, die ook op het spreekuur van de Bijstandsbond Amsterdam werkzaam is, gaf de eerste presentatie. Hierna volgde een presentatie van vakbondsleider Dhr. Sushovan Dhar over de situatie in India. Daar waar de sociale situatie in Nederland versobert, is er in India een beweging die juist omgekeerd sociale zekerheden probeert te bemachtigen. Interessant is de situatie aldaar als voorbeeld van het andere uitereste zonder sociale voorzieningen. India heeft voor meer dan 90% een informele arbeids-omgeving, dat zijn arbeidssituaties zonder (contractuele) rechten. Vooruitlopende over het afbouwen van sociaal Nederland onder Neo-Liberaal ‘beleid’ verwijs ik als aanvullende achtergrond-informatie naar het verslag van de bijstandsbond over ‘Pulpbanen en flexibele arbeid in Europa’.

Vanavond was ook Corrine Kramer aanwezig van Hart voor een Ander om aandacht te vragen voor mantelzorg en materiaal hiervoor uit te delen.

Samengevat verslag van de presentatie van Dhr. Mr. M.M.A. van Hoof.

De ingestelde bezuinigingen hebben als doel om de ‘bijstand’ toekomstbestendig te maken. De participatiewetgeving is daar onderdeel van, maar ook wordt er gekeken naar bestaande schaalvoordelen van woon- en leef-situaties om daar inhoudelijk nader te kunnen bezuiningen op de hoogte van individuele uitkeringen. Eigenlijk was de voordeur-delers regeling uit 1986 een vergelijkbare eerste bezuinigingsmaatregel. Vorig jaar werd in de bijeenkomst gesproken over de participatiewetgeving; deze avond werden de onderwerpen woon-/leef-kosten-deling onderzoek en verdere bezuiniging op het stelsel van de WW-uitkering nader toegelicht. In dit kader sprak Mr. Van Hoof. Hij kent de knelpunten in de bezuinigingsmaatregelen van binnenuit en hiermee maakt hij jurisprudentie met diverse rechtzaken over de praktijk-uitvoering van de bezuiningsplannen.

Als voorbeeld geeft Mr. Van Hoof om te beginnen de situatie weer van een groep mensen die een uitkering genieten en die gezamenlijk in een kraakpand wonen. De leefruimte wordt gedeeld en de hiermee gemoeide kosten worden gezamenlijk gedragen, waardoor de kosten hiervoor per persoon lager zijn, dan in vergelijking met iemand die alleen in een huurwoning woont waardoor de uitkering voor minimum leef-onderhoud naar omlaag kan worden bijgesteld. Dit wordt de kostendelersnorm genoemd. Maar onderhuurders die een commerciele onderhuur betalen vallen niet onder de kostendelersnorm. Maar wanneer is sprake van commerciele onderhuur? De gemeenten kijken daarbij ook naar huursituaties of iemand niet voor een ‘vriendenprijs’ ergens woont. (Iemand die voor een oude huurprijs met huurcontract (al jaren) ergens woont valt buiten die categorie van de kostendelersnorm.) In een aantal situaties bedenkt een ambtenaar een maatregel, die in de praktijk onzinnig is. Zo zijn er gemeenten die naast een huurcontract ook eisen stellen aan de inhoud van het huurcontract, waarbij er zelfs een gemeente was die eiste dat maatregelen bij wanbetaling ook in het contract moeten zijn opgenomen, want anders geen uitkering. Dit is een absurd voorbeeld van een hersenspinsel van een enkele ambtenaar in beleidsvorming, immers het Burgerlijk Wetboek voorziet al in de voorwaarden waaraan een huurcontract moet voldoen. Een andere eis was bijvoorbeeld bewijs van betaling van de huur per bank en niet contant. Ook dat is een bedachte maatregel van de gemeente die niet in de wet staat. N.B. Amsterdam was bij de beoordeling van de kostendelersnorm erg streng, maar de wethouder heeft o.a. na protesten van de Bijstandsbond en gevoerde rechtszaken die Marc van Hoof gewonnen heeft toegegeven, dat de gemeente eerst te streng was. Een ander voorbeeld waarbij ervan uitgegaan wordt dat de kosten voor levensonderhoud beduidend lager zijn dan voor gezinnen met twee ouders/verzorgers dus dat de uitkering lager kan zijn. Ook gaat men ervan uit, dat als een ouder meerdere kinderen heeft van verschillende leeftijd, dit gegeven als ene voordeel wordt gezien omdat jongere kinderen de afgedragen kleding van hun oudere broer/zus kunnen dragen, en dat daarom dan ook gekort kan worden op de uitkering.

Uit dat soort bedachte maatregelen spreekt een beleid van ‘mistrust’ van de Gemeente naar de uitkeringsgerechtigden toe en dit wordt ook landelijk gevoed door bijvoorbeeld de VVD met een negatief beeld in de media over uitkeringsgerechtigden (het labbekakken). Het standpunt van de Nederlandse overheid is dat iedereen, werkt, op school zit, of een uitkering geniet. De bezuinigingen staan in het teken van het duurzaam houden van het stelsel van sociale zorg. Maar de overheid laat de uitwerking van de bezuinigingsplannen betreft de uitkeringen over aan de Gemeenten zelf op lokaal niveau, met als gevolg dat er per gemeente verschillen bestaan in uitvoering en normering. Bestuursrechtelijk schort er het een en ander in de uitvoering van bezuinigingsmaatregelen, mede omdat de bezuinigingen vanuit het gelijkheidsprincipe worden ‘veralgemeniseerd’. Terwijl de beoordelingen van toe te passen bezuinigingen juist maatwerk moeten zijn toegespitst op de individuele casus van een uitkeringsgerechtigde. Hierbij wordt door Mr. Van Hoof opgemerkt dat er een repressief beleid is met dwangmaatregelen.

In de praktijk levert het situaties op die financieel tot een regelrechte ramp kunnen leiden in een aantal individuele gevallen. Er is meer armoede bijgekomen onder het neoliberale beleid van de overheid. Mr. Van Hoof geeft vervolgens een paar praktijk situaties weer waar hij verweer in voerde en waar op absurde wijze de bezuinigingsmaatregelen werd toegepast.

Armoede-is-onrecht

Zo worden bijvoorbeeld kinderen die inwonend bij hun ouders voor hun zieke vader of moeder zorgen (mantelzorg) onder de kostendelingsnorm geschaard, hetgeen resulteert in een korting op de uitkering omdat de situatie als ‘voordelig’ wordt opgevat, waarbij ook de oudere persoon in kwestie ook gekort wordt op zijn/haar AOW wanneer hij/zij aanvullende bijstand heeft en dit terwijl ziek zijn al geld kost en met mantelzorg juist zorgkosten worden bespaard. In zijn rechtspraktijk kent Mr. Van Hoof schrijnende gevallen, waarbij ouderen in een zwakke afhankelijke positie in hele zware armoede leven, en maar 50,= euro per maand hebben om van te leven. Ook zijn er situaties waarbij de inwonende zoon/dochter juist geen mantelzorg verleent en/of (blowend op de bank hangend) ook niet deelneemt aan het maatschappelijk leven, maar de afhankelijke ouder wordt wel gekort op zijn AOW. Het Sociaal Plan Bureau stelt dat mensen moet kunnen leven (rondkomen) met deze bezuinigingen in het kader van de sociale kostendaling, maar in de praktijk is het een ramp, en iedere keer weer moet de overheid uiteindelijk bijspringen… De heer Mr. M.M.A. Van Hoof van de Bijstandsbond Amsterdam bepleit daarom dan ook dat de beoordelende ambtenaren van alle Gemeenten de uitkerings-situaties per casus apart specifiek onder de loep moeten nemen en op basis daarvan beleid moeten voeren, omdat er in de praktijk met van achter een bureau bedachte maatregelen voor een aantal cliënten rampzalige situaties ontstaan.

Een tweede onderwerp wat Dhr. Mr. Van Hoof kort aansneed betrof de verdere maatregel van bezuiniging op de WW-uitkering. Vanaf 1 januari 2016 zal de WW-uitkering in haar maximale vorm maar 38 maanden duren. Hierna beland men dan direct in de bijstand als men nog geen werk heeft gevonden en zal men als men een eigen huis of vermogen heeft dat moeten opeten. (NB: Aansluitend werd de opmerking gemaakt, dat mensen verlies maken bij gedwongen verkoop van een woning. In de wet weken en zekerheid zal een ww uitkering straks maximaal maar 24 maanden duren, en het afbouwen naar 24 maanden zal per verstreken maand in tijdsduur met een maand afnemen. Iemand die in januari 2016 werkeloos wordt heeft recht op 36 mnaanden uitkering, terwijl iemand die in juli werkeloos wordt nog maar recht op 30 maanden WW-uitkering heeft etc. Iemand die voor 01 januari 1965 geboren is behoudt wel de oude rechten van WW. Ook de WAJONG is afgeschaft. Mr. Van Hoof benoemt een uitholling van sociale zekerheden wat een algemene bezuinigings-ontwikkeling is, die gaande is in alle kapitalistische landen.

Aansluitend op de presentatie van Mr. Van Hoof kreeg Mw. Nicolette Besemer het woord en zij is verbonden aan Actief Burgerschap Centraal en zij vertelde over de werkzaamheid van de organisatie met hulp, advies en ondersteuning voor Mantelzorgers. Ook vertelde zij dat wijkgebouwen tegenwoordig een Mantelzorg-deskundige of een Ouderen-adviseur in huis hebben, waar mantelzorgers met hun vragen naar toe kunnen. Na de korte presentatie volgde een korte pauze waarna dan de Indiase vakbondsleider de heer Sushovan Dhar het woord kreeg.

Samengevat verslag van de presentatie van Dhr. Sushovan Dhar.

De heer Dhar is politiek activist en heeft economie en politicologie gestudeerd en schrijft ook over de situatie in India.

Het beeld wat in westerse landen over India in de jaren 50-70 heerste, was dat van een soort van derde wereld land met een enorme populatie. En een bittere armoede. Het laatste decennium is men India gaan zien als een economische macht in opkomst die ons veel concurrentie aandoet. Inderdaad nemen in India de economische activiteiten toe. De tegenstellingen tussen arm en rijk zijn enorm groot. Het aantal multi-miljonairs nam in landen als India en China dan ook flink toe. In China zijn er nu zelfs bijna net zoveel als in de USA. In de praktijk is die groei van welvaart slechts voorbehouden aan een uiterst kleine selecte groep mensen; de anderen (400 miljoen arbeiders in India) profiteren niet in proportie mee van de ontwikkelingen van groei en werkgelegenheid. Sterker nog; de afgelopen 20 jaar hebben 300.00 boeren zelfs zelfmoord gepleegd onder de economische druk van hun boeren bestaan.

India bestaat voor 94% uit een informele arbeids-omgeving, dat zijn arbeidssituaties zonder contractuele rechten. (Wij hebben flex-werkes in Nederland met een flexibel arbeidscontract, maar die hebben nog wel een arbeidscontract.) Er is geen minimum loon, en arbeid wordt niet gereguleerd door wetgeving, arbeiders zijn kort samengevat niet beschermt in hun rechten. Informele arbeiders in India betalen geen loonbelasting en ook geen sociale premies etc., er is immers ook geen sociaal stelsel. Informele arbeiders betalen indirect belasting via de BTW etc. Grote bedrijven mogen zelf bepalen wat ze aan belasting aan de overheid betalen (!). Ook is er een beleid van belastingverlaging voor bedrijven met gratis grond en tax-free zones.

Slechts 6,5 % van de werknemers verricht arbeid in de formele sector; dat is arbeid met een arbeidscontract. Echter het aantal vaste arbeids-contracten neemt in India ook af, want het rendement ligt met tijdelijke werkers veel hoger. Voor elke gecontracteerde vaste werknemer die met pensioen gaat, worden drie mensen voor 25% van het oorspronkelijke bedrag met een tijdelijk contract terug aangenomen. En om te voorkomen dat deze werknemers uiteindelijk een vast contract krijgen worden deze werknemers stelselmatig drie dagen voor afloop van het contract ontslagen etc., waarna alles weer van voren af aan gaat. Arbeiders hebben individueel niet de positie en de middelen en ook niet de moed om tegen deze gang van zaken te strijden. 15 jaar geleden begonnen vakbonden met demonstraties en een voornemen tot het voeren van rechtszaken. Die ontwikkeling van vakbonden stamt uit de jaren 80 toen burgerrechten in opkomst waren met eisen van rechten op huisvesting en sociale zekerheden. Maar de afgelopen tien jaar werd zo’n beetje alles afgebroken wat er tussentijds aan rechtspositie was opgebouwd. (Brandweerlieden dragen bijvoorbeeld nog steeds geen beschermende kleding.) De vakbonden begonnen een strijd (in gerechtelijk activisme) om voor het recht op arbeid een norm van 80% te behalen. Zodoende ontstond de 100 dagen garantie op werk voor elke familie op landelijk niveau. Waarom niet meteen 300 dagen? Welnu men moet ergens mee beginnen en het is een eerste winst die de vakbonden sociaal met hun strijd hebben behaald.

India

De visie van het kapitalisme wordt gepromoot, dat er sprake moet zijn van een zekere basis welvaart, waarbij boeren subsidie krijgen waarmee het ministerie van voedsel de prijs van voedsel ondersteunt in het kader van recht op voedsel voor de Indiase burger. De handel gaat hierbij over in handen van kapitalisten, waarbij men uitgaat van het gegeven dat sociale zekerheid door de markt moet worden geleverd. Er bestaan wettelijke normen op bijvoorbeeld de ziektenkosten-verzekeringen, maar feitelijk bestaat er geen sociale zekerheid met rechten hierop, want voor verzekeringen moet het individu wel geld hebben om de polis kunnen betalen.

Dhr. Dhar maakt vervolgens een uitstapje naar een praktijkvoorbeeld van een gevoerde rechtszaak bij de Hoge Raad. (Supreme Court). De situatie betrof een dorp waar de bevolking verhongerde en stierf terwijl in een nabij gelegen silo voedsel lag weg te rotten. De overheid was de eigenaar in aanbesteding van de graan silo, via de zogeheten Food Corperation of India. Toen het voedsel ging rotten huurden zij een makelaar in om de Silo leeg te halen om het voedsel te vernietigen! De advocaten van een mensenrechtenorganisatie die toen naar de Hoge Raad stapte bewerkstelligden de uitspraak dat de overheid aan de uithongerende lokale bevolking voedsel had moet leveren, en dit leverde ook het kader van het wettelijk recht op voedsel voor behoeftige families. Het valse excuus van de overheid in die zaak was, dat er geen transport mogelijkheden voorhanden waren om het voedsel uit te delen aan de verhongerende mensen.

Rechten-activisten kunnen de heersende klasse door sociale strijd verplichten om aan mensen zekere rechten te geven, maar als deze op papier worden toegekend is dat nog geen resultaat in de praktijk. De heersende klasse is door de geleverde sociale strijd verplicht om rechten toe te kennen aan mensen, maar de implementatie ervan wordt daarna weer gefrustreerd door dezelfde heersende klasse. Er is zelfs een tegengestelde druk gaande om het voedselprogramma via het World Trade Organisation af te schaffen onder het mom van concurrentievervalsing. De markt reguleert met daarnaast het ‘recht op voedsel’-programma in beginsel nu de minimum prijs. Maar voedsel is duur en de prijs schommelt enorm. Dus met het hele voedselprogramma gaat een gigantische bureaucratie gemoeid om het ‘recht op voedsel’-programma vorm te geven. De toekomst ervan is onzeker.

De werkwijze van de vakbonden om rechten af te dwingen gaat stapsgewijs. 1. Men begint met het samenbrengen van mensen uit de informele sector in unie-verband en informeert hen. En 2. dan begint de juridische interventie met het benaderen van de regering. 3. Hierbij is het vormen van een kritische opinie in de media van belang (reden van het organiseren en voeren van demonstraties: media-aandacht), immers leden van de regering hebben stemmers nodig, het is dus van belang om van kwesties populaire onderwerpen te maken. Dit proces van actie voeren is een moeizaam proces, het samenbrengen van mensen kost al een jaar tijd en vervolgens moet men het hele rechtssysteem doorlopen worden vanaf mobilisatie en media-aandacht tot het voeren van gerechtelijke procedures in de Hoge Raad aan toe, waarna dan de strijd om implementatie ervan ook nog eens gevoerd moet worden. Dat is een lange weg, mede omdat de Indiase regering eigenlijk alles overlaat aan het kapitalisme in de private sector en dan zijn vakbonden en rechten organisaties de enige steun en toeverlaat voor de kleine man/vrouw.

SLOTOPMERKING

Het verhaal van de heer Dhar maakt duidelijk dat de situatie in India zonder enige sociale zekerheid ver weg ligt van de situatie in Nederland. Wel is het zo dat als sociale zekerheden wegvallen, dat ook het draagvlak op rechten vervaagd, immers om rechten te kunnen claimen moet men een zekere onafhankelijkheid hebben en in India is de armoede dermate dat enkel rechtenorganisaties en vakbonden voor een individu kunnen opkomen; het individu is door zijn/haar financiele situatie in India nagenoeg rechtenloos, immers alles kost geld. Zolang wij in Nederland een zekere sociale borg kunnen garanderen zullen situaties zoals in het India van de heer Dhar niet ontstaan. De bezuinigingen in Nederland op de sociale voorzieningen zijn bedoeld om deze toekomstbestendig te maken. Wel is het zo, zoals Dhr. Mr. M.M.A. van Hoof bepleitte, dat de verstrekking van sociale zekerheid maatwerk is, waarbij de betrokken beoordelende ambtenaren van alle Gemeenten de uitkerings-situaties per casus apart specifiek onder de loep moeten nemen en op basis daarvan beleid moeten voeren om wantoestanden te vermijden, omdat in een aantal casussen situaties rampzalig uitpakken voor betrokken clienten.

Siegfried van Hoek
eindredactie: Piet van der Lende